|
Gerben D.
Wijnja
Nostalgische
serie foto's Friesland
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
6
|
7
|
8
|
9
|
10
|
11
|
12
|
13
|
14
|
15
|
16
|
17
|
18
|
19
|
20
|
21
|
22
|
23
|
24
|
25
|
26
|

|
Greonterp
Eens een veelbeschreven
woonplekje op aarde: Greonterp, waar Gerard Reve jarenlang vertoefde in
zijn dubbele arbeiderswoning die hij de naam Het Gras meegaf. Het
piepkleine dorpje is als een stille oase in een groene wereld van
weilanden, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. |

|
Rottevalle
En
dan kom je op een zomerse dag op de fiets door Rottevalle en valt je oog
op dit huis. Het is alsof je een halve eeuw terug wordt geworpen in de
tijd. In 1622 wordt het bestaan van het dorp voor het eerst
genoemd. Er stond een herberg, een bierbrouwerij en een houten
standerdmolen waar het graan van boeren uit de omgeving werd gemalen.
Het oude woninkje op de foto bevindt zich aan de Brouwersgrêft. Deze
naam herinnert aan de brouwerij van weleer. Dit “woonhuis voor twee
gezinnen” staat op de monumentenlijst en geniet dus bescherming. Tot
1956 liep het gekanaliseerde riviertje De Lits nog dwars door
Rottevalle. Dit stroompje ontsprong vlakbij dit oude vervenersdorp waar
veel bewoners leefden van de turf, het bruine goud van de graverijen in
het veen.
|

|
Bolsward
In
de nabijheid van de Bolswarder begraafplaats bevindt zich een bijzondere
boerderij Het Slotsje genaamd. Het herinnert aan de tijd dat hier de
Monsma State stond. De geschiedenis van dit gebouw gaat terug naar circa
1709 toen het huis werd gebouwd voor de rijke koopman in hout en touw
die tevens burgemeester van de stad was, Sipke Jansz. Monsma. Zijn
woning stond vlakbij de St.Janspoort. Daarbij genoot hij de gemakken van
de stad, maar had geen last van de drukte en de stank. Het uitzicht
vanuit zijn woning was landelijk. Schuin tegenover zijn State stond een
houtzaagmolen die met zijn wieken het mechanisme in bedrijf bracht zodat
er op windkracht boomstammen tot balken en planken verzaagd werden.
Tegenwoordig is hier het Kleine Boerenmuseum gevestigd. De foto brengt
die schilderachtige entourage op het erf in beeld.
|

|
Allingawier
De
Aldfaers Erf Route in de gemeente Súdwest-Fryslân is een unieke
museumroute van circa 20 kilometer. Hier proef je de sfeer van het
verleden. In elk jaargetijde is het hier goed toeven. Jaren geleden
mocht ik in de oude boerderij een tentoonstelling inrichten over
kerstboeken e.d. Op de pagina over winterse bijzonderheden kom ik daar
nog wel eens op terug. Op de foto het terpdorp waar het skûtsje
vastgevroren ligt in een dik pak ijs. Het is een beeld uit vervlogen
jaren, maar als je Allingawier aandoet op je route kun je dit soort
schoonheden bewonderen en vastleggen.
|

|
Hindeloopen
Hindeloopen heb ik in mijn hart gesloten. Het is zo’n
prachtig, intiem stadje aan de oever van de oude Zuiderzee. Om die reden
was het lange tijd een belangrijke handelsplaats die stadsrechten kreeg
in 1255. Met hun imponerende fluitschepen koersten de schippers van het
stadje naar de Oostzee om daar handel te drijven. Jenever en wollen
stoffen werden meegenomen naar de Oostzeelanden en voor de terugreis was
volop hout aan boord gebracht waarmee de schippers handelden in
Amsterdam en de Zaanstreek waar veel hout op de zaagmolens verwerkt
werd. Het stadje heeft daar ook haar bijzondere cultuur aan te danken:
het schilderwerk en de opvallend kleurrijke klederdracht. Sinds 2011
maakt het stadje deel uit van de nieuwe fusiegemeente Súdwest-Fryslân.
De foto is vlakbij de haven gemaakt, in de buurt van de sluis met de
leugenbank. Een ragfijn laagje sneeuw heeft extra sfeer gegeven aan de
bebouwing die pronkt in de glans van een lichtende lantaarn.
|

|
Workum
Bij
de oude vissershaven van het stadje Workum vinden we op Séburch dit
monumentale complex dat herinnert aan de visserij van weleer. In de
achttiende eeuw moeten de woninkjes gebouwd zijn voor twee
vissersgezinnen. De witgeverfde huisjes zijn bij een restauratie tot
één woning samengevoegd. Het linker dak heeft slechts één
hoekschoorsteen, het andere twee. Tevens is daar een taanhok aan
gekoppeld. Op het erf zien we nog een losstaand taanhok dat opgetrokken
is in ongeverfde bakstenen. Taanhokken werden door de vissers gebruikt
om met behulp van gekookte taan hun zeilen en visnetten bestand te maken
tegen weer, wind en het zoute water.
|

|
Nijbeets, veenderijmuseum Damshûs, het turfgravershuisje
|

|
Nijbeets, veenderijmuseum Damshûs, interieur
turfgravershuisje
|

|
Oude
klapbrug tussen Tjerkwerd en Bolsward
Op
weg naar school langs het smalle paadje, links in beeld, vanuit
Tjerkwerd vlak voor Bolsward, maakte ik in 2003 deze foto van de
eenden in een wak bij de boerderij met klapbrug. In de
schaatselfstedentocht was dit de laatste beweegbare brug voor Bolsward.
Maar de brug is er niet meer waarmee dit beeld tot het verleden is gaan
behoren.
|


|
Tjerkwerd
Zaterdag
17 oktober 2015 passeerde een konvooi boerenpramen onder zeil het dorp
Tjerkwerd, op weg naar de strontrace van Workum die traditiegetrouw
wordt gehouden in de herfstvakantie.
|

Sloten
|
Het
stadje Sloten is een groot monument en als zodanig beschermd als
stadsgezicht.
Het grachtje De Ie doorsnijdt het historische centrum. Op de foto de
Heerenwal met v.l.n.r. het voormalig stadhuis, een drie traveeën breed
huis uit 1759, de Hervormde Kerk, een eenbeukig godshuis onder een
zadeldak, opgetrokken in 1647, vervolgens een dubbel pand met rijk
versierde trapgevels met daarvoor stoeppalen waar kettingen tussen
hangen. Tenslotte helemaal in de verte de oude korenmolen De Kaai uit
1755, fraai gelegen op het Zuiderbolwerk bij de waterpoort aan de
Veermanskaai.
|

Sloten
Restaurant
De Zeven Wouden op de hoek van de Voorstreek, 30 december 2015 in de vooravond.

Sloten
|
We
naderen in the golden hour van de avond de korenmolen op het bolwerk.
Over het stadje ruist de naderende winterwind. In de molen komen
belangstellenden af op de geur van warme oliebollen. Terwijl buiten de
avond huivert en de wind tegen de gevels slaat, blijft de molenaar met
het molenvolk op zijn post. De aanloop van oliebollenklanten zorgt voor
gezelligheid en houdt de waterkoude atmosfeer buiten het achtkant van de
monumentale wiekendrager die onvermoeid z'n kruis langs de karteling van
daken doet wentelen.
|

Sloten
|
In het clair obscuur
van de molenzolder
De wieken van de
korenmolen De Kaai wuifden me enthousiast toe. En ik was niet alleen op
pad. Meer liefhebbers zochten een toevlucht in het oude windfabriekje
bij de kade van het bolwerk. De avond naakte. Kinderen speelden nog op
het erf in het schijnsel van een antieke straatlantaarn. Op de stoep bij
de molen stonden oudere bezoekers zich te verdringen om binnen te komen.
Het doel was oliebollen te kopen met het oog op oudejaarsdag. Niemand
wil dan zonder deze lekkernij zitten. En dus deed men op de molen goede
zaken. Wekenlang was er op de wind gemalen om meel te krijgen. De
molenstenen hadden het graan puur ambachtelijk tot een geurend goed
vermalen en de molenaar was er hoogst persoonlijk verantwoordelijk voor
dat er een speciaal molenoliebollenrecept tot een heerlijke traktatie
verwerkt zou worden. De mélange is het geheim van de molenaar, die
heerlijke bollen wist te bakken, krokant van buiten, goed gevuld en toch
luchtig van binnen met een overheerlijke smaak. Voedzaam ook. De warme
chocolademelk die er werd geschonken zorgde voor een toepasselijke
winterdrank, hoewel buiten ook Glühwein verkrijgbaar was.
Terwijl
een aardige molenaar met het personeel druk boven de hete olie de ene na
de andere overheerlijke oliebol in papieren zaken liet verdwijnen,
beklom ik de trap naar boven. Het stellingdeurtje stond uitnodigend
open. Altijd opletten met die draaiende wieken natuurlijk, maar ze waren
afgeschermd. Ik liet m’n oog gaan over het wijde landschap richting de
voormalige Zuiderzee waar ooit beroepsvissers op de wind met hun botters
en andere platbodems koers zetten naar de visgronden. Een enkele visser
is daar nu nog actief. Via het oude vissershuisje, onder aan het bolwerk
laat ik m’n oog glijden langs de daken van het monumentale stadje.
Zachtjes fluiten de wieken door de avondwind. Aeolus neemt op z’n
tocht de geur van verse oliebollen mee. Het grachtje dat door het stadje
stroomt grijnst me koud tegemoet. Straks, als het wintert en de kou het
water heeft doen stollen tot sterk ijs, dan krijg je het warm van alle
gedein op de schaats. Dan zal een koek en zopie hier goede zaken doen.
Ach, ’t is maar een vroom gepeins. De winter laat zich niet leiden. Ik
ga weer naar binnen en hoor het zachtjes kraken van kunstige houten
tandwielen die vakkundig in elkaar grijpen. De balken vormen het stevige
skelet van de oude molen die hier al eeuwenlang heeft gestaan. Ooit
dreigde het mis te gaan en leek sloop onafwendbaar, maar wat mogen we
allemaal blij en tevreden zijn dat hier op dit markante brok historie de
molen z’n verhaal van weleer nog kan vertellen.
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
6
|
7
|
8
|
9
|
10
|
11
|
12
|
13
|
14
|
15
|
16
|
17
|
18
|
19
|
20
|
21
|
22
|
23
|
24
|
25
|
26
|
Home |